Fiscaal

De fiscus betaalt mee! Middels de hypotheekrenteaftrek bevordert de overheid het eigenwoningbezit. De laatste jaren is er ook op dit gebied sprake van een terugtredende overheid. Hieronder treft u in hoofdlijnen de huidige stand van zaken aan.

Rente en kosten

Het gaat om rente en kosten die u heeft betaald voor de eigenwoningschuld die u heeft afgesloten voor het kopen van uw woning of voor de verbetering of het onderhoud van uw woning.
Deze rente mag u maximaal 30 jaar aftrekken (de meest voorkomende looptijd van een hypotheek). Als u de lening heeft afgesloten vóór 1 januari 2001, gaat de termijn van 30 jaar in op 1 januari 2001.

De volgende uitgaven zijn aftrekbaar:

  • Rente en kosten van de eigenwoningschuld voor uw eigen woning. Ontvangen rente op een bouwdepot moet u die aftrekken van de betaalde rente
  • Notariskosten en de kadastrale rechten voor de hypotheekakte
  • Bouwrente die betrekking heeft op de periode nadat de voorlopige koopovereenkomst werd gesloten
  • Afsluitprovisie, hiervoor geldt: u mag niet meer dan 1,5% van de schuld en maximaal €3.630 aftrekken. Het overgebleven deel kunt u tijdens de looptijd van de lening jaarlijks in gelijke delen aftrekken
  • Taxatiekosten (alleen voor het verkrijgen van een lening)
  • Bemiddelingskosten en de kosten van de aanvraag van Nationale Hypotheek Garantie
  • Rente van schulden voor de afkoop van rechten van erfpacht, opstal of beklemming
  • Rente van leningen voor financiering van kosten die samenhangen met de koop, verbetering of onderhoud van uw woning, bijvoorbeeld notariskosten
  • Betaalde boeterente
  • Rente van leningen voor financiering van kosten die samenhangen met het aangaan van de lening voor de koop van uw woning, bijvoorbeeld voor afsluitprovisie

De volgende uitgaven zijn niet aftrekbaar:

  • Aflossing van de eigenwoningschuld
  • Overdrachtsbelasting en omzetbelasting
  • Notariskosten en kadastrale rechten voor de koopakte
  • Bouwrente die betrekking heeft op de periode voordat de voorlopige koopovereenkomst werd gesloten
  • Kosten van onderhoud en verbetering. Voor een monumentenpand kunt u onder voorwaarden een aftrek krijgen als persoonsgebonden aftrek
  • Rente van leningen voor de eigen woning, afgesloten tussen fiscale partners of huisgenoten onderling
  • Rente van leningen die u bent aangegaan voor een woning die u van uw fiscale partner of huisgenoot heeft gekocht. Dit geldt alleen voor het deel van de schuld dat hoger is dan de oorspronkelijke schuld op die woning
  • Rente van leningen die u bent aangegaan om aftrekbare rente over en kosten van geldleningen te betalen (bijvoorbeeld een lening om de boeterente of bouwrente te betalen). Uitzonderingen: rente over een lening die u voor 1 januari 2001 bent aangegaan om aftrekbare oversluitkosten te betalen.

Bijleenregeling

Als u uw eigen woning heeft verkocht en een andere woning heeft gekocht, kan dat gevolgen hebben voor uw (hypotheek)renteaftrek. Meestal is de verkoopopbrengst van de oude woning hoger dan de schuld voor de oude woning; de woning heeft dan overwaarde. Als u deze overwaarde niet of niet helemaal gebruikt om de nieuwe woning te financieren, kunt u weliswaar een hogere lening afsluiten voor de aankoop van deze woning, maar mag u de rente over deze lening niet helemaal aftrekken. Over het bijgeleende bedrag mag u namelijk alleen het deel aftrekken dat hoger is dan de overwaarde van de woning.

Eigenwoningforfait

Naast aftrekposten bestaat er ook een fiscale bijtelling waarover belasting verschuldigd is. Dit voordeel uit de eigen woning ofwel het eigenwoningforfait is een bepaald percentage van de WOZ-waarde (Wet waardering Onroerende Zaken). Ter bevordering van het aflossen van de eigenwoningschuld heeft u bij geen of een geringe hypotheekschuld recht op een eigenwoningaftrek welke verrekend wordt met het verschuldigde eigenwoningforfait.

Kapitaalverzekering eigen woning

Kapitaalverzekeringen vallen, net als alle andere privé-vermogensbestanddelen, onder de vermogensrendementsheffing van Box 3. De kapitaalverzekering eigen woning (KEW) is de enige uitzondering, deze valt in Box 1. Anders dan voor kapitaalverzekeringen gelden voor de KEW fiscale beperkingen betreffende de looptijd en de bandbreedte. Voldoet u aan deze vereisten dan is de uitkering tot een bepaalde hoogte onbelast.